Veiligheid begint bij cameraobservant

De cameraobservant

Artikel: verschenen in Security Management, mei 2009

Zaterdag, 16 mei 2009

Veiligheid begint bij Cameraobservant

Een cameraobservant is iemand die werkt in een particuliere alarmcentrale voor de beveiliging van derden of in een cameratoezichtcentrale voor het handhaven van de openbare orde onder regie van de politie. Er zijn verschillende redenen aan te voeren om meer aandacht te besteden aan het opleiden van cameraobservanten. Twee belangrijke argumenten worden in dit artikel besproken.

Door Frank Schouwstra (www.panopticam.nl)

Een beveiligingscamera heeft tot doel het beveiligen van private eigendommen. Een toezichtcamera dient het handhaven van de openbare orde in het publieke domein. Dat beelden van beveiligings- en toezichtcamera’s ook een bijdrage kunnen leveren aan de opsporing van verdachten staat buiten kijf. Dat beveiligings- en toezichtcamera’s in eerste instantie niet bedoeld zijn voor de opsporing is ook algemeen bekend. Door maatschappelijke ontwikkelingen is echter in de laatste jaren op veiligheidsgebied normvervaging opgetreden. De grens tussen beveiligen, toezicht, handhaven en opsporen is in veel gevallen niet meer duidelijk te trekken. Hierdoor lijkt het erop dat beveiligings- en toezichtcamera’s steeds vaker worden gebruikt voor de opsporing.

Naïef

Ondertussen is gebleken dat het naïef is te denken dat criminelen zich laten afschrikken door de kans om herkenbaar in beeld te komen. Dat van camera’s een preventieve werking zou uitgaan, is dan ook door nog geen enkel (wetenschappelijk) onderzoek onomstotelijk vastgesteld. Ook uit de manier waarop de meeste camera’s ingezet worden, blijkt dat zij steeds vaker voornamelijk de opsporing dienen. Camera’s die namelijk alleen beelden opslaan, zonder dat daarbij mensen de beelden ook meteen uitkijken, impliceren dat het enige doel van de camera’s is om - indien een incident in het ‘verleden’ daartoe aanleiding geeft - beelden terug te kunnen kijken. Zitten er bruikbare beelden bij dan is het in de meeste gevallen de politie die deze teruggevonden camerabeelden gebruikt voor het opsporen van daders en overige betrokkenen. Deze aanpak wordt zowel op de opgeslagen beelden van beveiligingcamera’s toegepast als op de opgeslagen beelden van toezichtcamera’s. Vaak worden privacyoverwegingen aangehaald om deze werkwijze te verantwoorden. Het biedt echter vooral valse veiligheid. Er wordt immers pas opgetreden ruim nadat het delict heeft plaatsgevonden, en hiermee is de burger niet geholpen. Het ‘opsporingsdoel’ van beveiligingscamera’s wordt ook indirect bevestigd door de minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw G. ter Horst. Zij stelt dat winkeliers hun beveiligingscamera’s ook op de openbare weg mogen richten (de stoep voor de winkel). Volgens het ministerie is daar geen wetswijziging voor nodig. De huidige wetgeving kan gewoon ruimer worden geïnterpreteerd (bron: Security Management). Het doel van deze maatregel is het eerder in beeld krijgen van mogelijke daders van bijvoorbeeld een winkeloverval. Doordat camera’s de openbare ruimte voor de winkel in beeld brengen is de hoop erop gevestigd dat daders in de aanloopfase hun gezicht nog niet hebben bedekt, waardoor identificatie mogelijk is. De vraag is of dit afschrikwekkend werkt (beveiliging) of dat het vooral handig is voor de politie als er veel beelden beschikbaar zijn (opsporing)?

Veiligheidsprogramma

‘Veiligheid begint bij voorkomen’ (VbbV) is de naam van het veiligheidsprogramma van het huidige kabinet. Dit programma bouwt voort op het programma ‘Naar een veilige samenleving’ van het vorige kabinet (2002-2006). Het doel van VbbV is om criminaliteit en overlast in het openbare domein tot 2010 met 25 procent te verminderen ten opzichte van 2002. De nadruk ligt daarbij op preventie: het voorkomen van criminaliteit en overlast. De aanpak richt zich op zes thema’s:

  1. de aanpak van agressie en geweld;
  2. de aanpak van diefstal;
  3. de aanpak van criminaliteit tegen ondernemingen;
  4. de aanpak van overlast en verloedering;
  5. de persoonsgerichte aanpak van risicojongeren en recidivisten;
  6. de bestrijding van ernstige vormen van criminaliteit.

Camerabeveiliging en cameratoezicht kunnen beide in verschillende gradaties een bijdrage leveren aan de thema’s 1 tot en met 4. Het gericht inzetten van toezichtcamera’s voor de thema’s 5 en 6 is een ontwikkeling die raakt aan opsporing. Waarbij opgemerkt dat zich hier de vraag voordoet waar de grens ligt tussen het houden van toezicht, de politieopsporing in het kader van artikel 2 Politiewet en de strafvorderlijke opsporing. Is bijvoorbeeld de vraag van een wijkagent aan een cameraobservant om uit te kijken naar bepaalde risicojongeren een handeling in het kader van toezicht of een opsporingshandeling in het kader van artikel 2 Politiewet (= de taakstelling van de politie)?

Direct uitkijken

Voor effectieve beveiliging van eigendommen en voor het daadwerkelijke handhaven van de openbare orde is het noodzakelijk dat cameraobservanten direct camera’s uitkijken. Alleen op die manier kan er direct opgetreden worden ter voorkoming van een delict en/of verstoring van de goede orde; de eigenlijke doelen waarvoor de camera’s zijn bestemd. Het aansturen op het voorkomen van verstoringen en delicten houdt tevens in dat organisaties zich minder op de pakkans van daders hoeven te richten.

Cursus

Een eerste vereiste waaraan camerabeveiliging en cameratoezicht moet voldoen om onveiligheid te voorkomen is dat er direct moet worden uitgekeken. Tweede vereiste is een goed opgeleide cameraobservant. De derde eis is op maat gesneden techniek.

Om als cameraobservant onveilige situaties te kunnen voorkomen wordt een hoog niveau van kennis en kunde gevraagd. Het Regionaal Opleidingscentrum (hierna te noemen: ROC) Friese Poort in Leeuwarden wil door het aanbieden van de cursus ‘Cameraobservant’ daarin een kwaliteitsslag maken. Onlangs hebben leraren van de beveiligingsopleiding van het ROC Friese Poort een uitgebreide cursus tot Cameraobservant gevolgd. Na het behalen van het Cameratoezicht certificaat van het SVPB gaan zij de cursus zelf geven aan hun leerlingen. Hiermee is ROC Friese Poort de eerste ROC die een cursus Cameraobservant aanbiedt aan haar leerlingen. De in januari 2009 uitgekomen ‘Studie-editie Cameraobservant’ (uitgeverij Stapel & de Koning) voorziet de leerlingen van de benodigde theoretische kennis. Daarnaast is er in de opleiding ruimte voor extra beeldmateriaal en praktijkoefeningen.

De cursus Cameraobservant en de studie-editie Cameraobservant behandelen de professionalisering van het vak Cameraobservant. Afhankelijk waar de cursisten (gaan) werken kan tijdens de cursus de nadruk liggen op beveiligingsaspecten of openbare orde aspecten. Basis uitgangspunt van de cursus is dat door kennis en herkenning van fasen in crimineel en/of gewelddadig gedrag een cameraobservant de politie vroegtijdig kan laten ingrijpen. Op die manier functioneren camera’s als wakend oog van de politie die hierdoor proactief kan optreden. Door het tijdig aansturen van de politie kunnen voorbereidingshandelingen voor het plegen van een delict worden verstoord. Ook escalaties van geweld in het uitgaansleven kunnen zo voorkomen worden. Door cameraobservanten te trainen op proactief meekijken krijgen zij met het cameratoezicht en de camerabeveiliging de plaats die zij verdienen en kan er veel meer effectiviteit uit de techniek worden gehaald.

Als basiseis voor het volgen van de cursus Cameraobservant geldt minimaal een opleiding tot particulier beveiliger of bijzonder opsporingsambtenaar (BOA). Het is mogelijk om de cursus, net als ROC Friese Poort, te integreren in de opleiding tot Beveiliger (niveau 2 en 3). Hetzelfde geldt voor de opleiding tot BOA of Medewerker toezicht en veiligheid (niveau 2). Voordeel hiervan is dat studenten bij het afronden van hun opleiding ook over een certificaat Cameratoezicht van het Svpb beschikken.

Na het volgen van de cursus kunnen de studenten:

  1. het doel en de uitgangspunten voor camerabeveiliging/-toezicht benoemen;
  2. de verschillende soorten van camerabeveiliging/-toezicht opnoemen;
  3. de verantwoordelijkheden benoemen van de cameraobservant ten opzichte van relevante partijen (veiligheidsketen);
  4. de onderwerpen voor camerabeveiliging/-toezicht uit de relevante wet- en regelgeving noemen;
  5. de meest voorkomende begrippen in het camerabeveiliging/-toezicht benoemen en verklaren;
  6. de verschillende componenten van een camerasysteem benoemen;
  7. de verschillende componenten van een camerasysteem bedienen;
  8. de camerabeelden combineren met de cameraomgeving;
  9. de uitgangspunten voor het opstellen en afwijken van een observatiestroomschema opnoemen;
  10. een optimale beelduitsnede maken;
  11. de hoofdkenmerken van de signalementenleer toepassen;
  12. de verschillende soorten gedragingen tijdens een delict in fasen herkennen en beschrijven;
  13. bij het doorgeven van informatie gebruik maken van het NATO alfabet;
  14. de standaardprocedures voor het melden van een incident noemen en toepassen;
  15. relevante informatie op de juiste wijze registreren en dit vastleggen in een verslag of proces-verbaal;
  16. opnoemen wie gerechtigd zijn om beelden op te vragen;
  17. de procedure voor het opvragen van camerabeelden door derden benoemen;
  18. camerabeelden terugzoeken, deze apart opslaan en via de voorgeschreven procedure beschikbaar stellen aan derden (indien van toepassing).

Reageer